Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Religieus erfgoed
Object van de Maand  |  oktober 2004

Collecteschalen voor kerkenbouw

Het object van deze week is geen kostbaar of oud en zeker ook geen uniek voorwerp, want er zijn tientallen zo niet honderden exemplaren van bewaard gebleven. Zij bevinden zich in rooms-katholieke kerken, waar ze, merendeels ongebruikt, liggen opgeborgen in de sacristie. Het zijn eenvoudige koperen collecteschalen met een verzilverd plaatje op de rand, waarop de tekst ‘BISSCH. NODEN’ is aangebracht, een wapen, en twee kerkgebouwen, waarvan er één in de steigers lijkt te staan. Het wapenschild vertoont een rood kruis en is omgeven door kwasten, een mijter en een bisschopsstaf, waaruit men kan opmaken dat het om een bisschoppelijk wapen gaat. Bij nader onderzoek blijkt het wapen dat van het bisdom Haarlem te zijn.

Dergelijke collecteschalen zijn in grote hoeveelheden aangemaakt in opdracht van het bisdom Haarlem, dat indertijd het grootste bisdom van ons land was en de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en een deel van Zeeland omvatte. Omdat het gebied te groot werd geacht voor één bisdom, werd in 1956 besloten om het in drieën te splitsen. De parochies in Zuid-Holland werden ondergebracht in het nieuw opgerichte bisdom Rotterdam, terwijl het Zeeuwse deel werd toegevoegd aan het bisdom Breda. In navolging van het bisdom Haarlem liet ook het nieuw opgerichte bisdom Rotterdam eigen collecteschalen vervaardigen, nu met het wapen van de bisschop, mgr. M.A. Jansen, maar overigens geheel gelijk aan het Haarlemse voorbeeld. De schalen zijn aan de onderkant meestal voorzien van het firmastempel van de Amsterdamse edelsmid Jos Vonk, die overigens ook veel kelken en andere kerkelijk vaatwerk heeft geleverd.

Opmerkelijk is dat alleen de bisdommen Haarlem en Rotterdam eigen collecteschalen hebben, want de andere Nederlandse bisdommen kennen dit verschijnsel niet. Een verklaring hiervoor is te vinden in 'Kerkbouw op krediet', het recent verschenen proefschrift van Hugo Landheer over de financiering van de kerkbouw in de bisdommen Haarlem en Rotterdam van 1795 tot 1965. De ‘Bisschoppelijke Noden’ blijkt een Fonds te zijn geweest, dat in 1941 is opgericht ter ondersteuning van katholieken die door de oorlogsomstandigheden in financiële moeilijkheden waren geraakt. Na de oorlog werden de gelden die daarvoor in het bisdom Haarlem waren ingezameld, gereserveerd voor de bouw van nieuwe kerken. Op 17 september 1950 werd met een plechtige mis in de Haarlemse Sint-Bavokathedraal de jaarlijkse kerkenbouwzondag geïntroduceerd. Sindsdien zou er iedere zondag in alle kerken van het bisdom een speciale schaal rondgaan voor de collecte van de bisschoppelijke noden, waarvan de opbrengst was bestemd voor het Fonds voor Kerkenbouw. Na de oprichting van het bisdom Rotterdam in 1956 werd ook daar een Fonds voor Kerkenbouw in het leven geroepen.

Ook in de andere bisdommen binnen de Nederlandse rooms-katholieke kerkprovincie zijn in de 19de en 20ste eeuw vele kerken gebouwd, maar nergens zoveel als in de Randstad. Hier waren de bevolkingstoename en de verstedelijking eerder merkbaar dan elders in het land en werd de noodzaak om in korte tijd kerken te realiseren sterker gevoeld. In dit opzicht was het bisdom Haarlem probleemgebied bij uitstek en vereiste de kerkenbouw een strakke regie vanuit het bisdom.

terug