Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland
16x Christus
Al zolang het Christendom bestaat, vraagt men zich af hoe de Heer er nu precies heeft uitgezien. Hierover worden in het Nieuwe Testament weinig details verschaft. Algemeen wordt aangenomen dat Christus tijdens zijn openbare leven tussen 30 en 33 jaar oud moet zijn geweest.
Traditioneel wordt hij afgebeeld met lang haar en korte baard. Allerlei apocriefe bronnen speelden een rol bij de vorming van dit Christusbeeld. Belangrijk was bijvoorbeeld de zogenaamde Lentulus-brief, een onecht document, stammend uit de middeleeuwen. Publius Lentulus, voorganger van Pontius Pilatus als landvoogd van Judea, zou aan de Romeinse Senaat een brief hebben geschreven over het optreden van Jezus en daarbij ook Zijn uiterlijk hebben beschreven: “Zijn gestalte was verheven en statig; Zijn eerbiedwaardig gelaat boezemde tegelijkertijd liefde en vrees in; Zijn haarlokken waren donker van tint, glanzend en in het midden gescheiden, gelijk dit bij de Nazareeërs gebruikelijk was; Zijn voorhoofd was sereen; Zijn gelaat vertoonde rimpels noch vlekken, doch was aanvallig van teint; neus en mond waren regelmatig gevormd; de baard enigszins rossig, niet te lang en in twee punten gedeeld; Zijn ogen waren grijsblauw”. Men ging in het algemeen dus uit van een ideaal type man. Minder bekend is dat er ook auteurs zijn geweest die meenden dat Christus lelijk van uiterlijk zou zijn geweest. Zij baseerden zich op de profeet Jesaja, die schreef: “Zijn uiterlijk noch schoonheid waren het bekijken waard, hij was geen verschijning, die bewondering wekt” (Js. 53, 2). Deze opvatting vond echter weinig weerklank.
Feit is dat persoonlijke idealen steeds een rol speelden bij de voorstelling van de Godmens. Voor een kunstenaar kon de beladen afbeelding ook een worsteling betekenen. Dit lijkt het geval bij de schilder Jaap Min (1914-1987) uit het Noord-Hollandse Bergen. In 1953 beschilderde hij de muren van kapel van de paters Montfortanen in Oirschot met voorstellingen van de kruisweg en scènes uit het leven van de H. Louis-Marie Grignion de Montfort. Gedurende dat jaar woonde hij van tijd tot tijd bij de paters en deelde het kloosterleven met hen. In 1971 voegde hij aan het geheel een tabernakel toe met op de achterzijde een voorstelling van het gelaat van Christus. Hoe hij Christus moest uitbeelden, hield hem langere tijd bezig. Hij maakte maar liefst zestien versies, waarvan er één uiteindelijk een plaats kreeg (fotonr. 1). De overige exemplaren werden in 2009 bij de voorbereiding van een tentoonstelling over Jaap Min door zijn kleinkinderen gegroepeerd rondom Christus aan het kruis in de Jaap Minzaal van het klooster te Oirschot. Zij geven bij elkaar een fascinerend persoonlijk document, waar bezoekers en ook de inventarisator door worden geraakt.
Literatuur:
- J.J.M. Timmers, Christelijke symboliek en iconografie, Haarlem 1978 (4e druk), p. 34-35.
- M. Mittelmeijer, Jaap Min Oirschot, Amsterdam 2003.
- W. Logister, ‘Spiritualiteit in beeld’, in: Bulletin Konferentie Nederlandse Religieuzen, jaargang 12, nr. 5 (december 2009), p. 16-17.