Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Religieus erfgoed
Object van de Maand  |  juli 2009

'Thuisdokteren' in het klooster

Rabarber tegen obstipatie, dragon om de spijsvertering te stimuleren en “Engels Sout” (=bitterzout) vanwege de laxerende werking. Al deze ingrediënten komen voor op een viertal handgeschreven recepten die bewaard zijn gebleven in de oudheidkamer van een groot zusterklooster.

De recepten maken deel uit van een kleine verzameling voorwerpen die van oudsher door de zusters werden gebruikt in de kloosterapotheek. Kloosterapotheken waren belangrijk. Het ontstaan van de moderne farmacie is onlosmakelijk verbonden met de kloosters en hun kennis van heilzame kruiden. Het woord apotheek komt uit het Grieks en betekent 'bergplaats'. Het woord werd vroeger gebruikt voor de ruimte (apotheca) in een klooster waar de geneeskrachtige planten en kruiden werden bewaard. Tot ver in de twintigste eeuw was de farmacie volledig gebaseerd op het gebruik van planten, mineralen en dierlijke producten. De kloosterlingen waren zoveel mogelijk zelfvoorzienend en ze maakten alle medicijnen zelf. De grondstoffen voor deze geneesmiddelen waren hoofdzakelijk afkomstig uit de kloostertuin. Van diverse planten en kruiden werden pillen, poeders en zalfjes gemaakt. Typische attributen die bij het bereiden van geneesmiddelen werden gebruikt zijn balansen, vijzels en stampers.

Deze vijzels en stampers werden gebruikt om planten en kruiden tot poeders te vermalen. Voor het grovere werk gebruikte met zware bronzen of geelkoperen vijzels, voor het fijnere werk lichte houten vijzels. Hiervan zijn voorbeelden terug te vinden in de genoemde collectie van de zusters. Niet alleen het gewicht van de vijzels, ook het materiaal zelf kon van belang zijn. Zo waren er bepaalde stoffen die, als ze met metalen in aanraking kwamen, van kleur of samenstelling veranderden. Ook werd aangenomen dat een bepaalde straling van de vijzel op het bewerkte geneesmiddel zou overgaan. Zo kwamen in apotheken vijzels van de meest verschillende materialen in gebruik. Zo bevat de hier beschreven kloosterapotheek ook, naast vijzels van brons, geelkoper en hout een vijzel en stamper van been.

De pillen en zalfjes werden bewaard in houten en spanen doosjes en busjes, ook hiervan werden diverse grotere en kleinere exemplaren aangetroffen. Het deksel van één van deze doosjes is voorzien van een prentje met een afbeelding van Maria met Kind. Afbeeldingen van Maria kwamen vaker voor in apotheken, bijvoorbeeld op oude majolica apothekerspotten. Waarschijnlijk probeerde men op deze wijze een zekere bescherming af te dwingen over de medicijnen en hun werking.

Om de fijne ingrediënten precies te kunnen afwegen werd een balans met gewichten gebruikt. De gewichtjes van de hier getoonde balans werden in de loop der tijd aangevuld, ze dateren namelijk uit diverse perioden. Als hulpmiddel bij de bereidingen van de medicijnen hadden de zusters de beschikking over receptenboeken, de zogenaamde Pharmacopeeën, encyclopedische overzichten van de bestaande geneesmiddelen en hun bereidingswijze. De zusters maakten ondermeer gebruik van De verbeterde Haarlemmer Apotheek (vierde druk, 1736), vertaald uit het Latijn en aangevuld door Abraham Bogaart, Apotheker en Chirurgyn. Daarnaast werden er vele beproefde huismiddeltjes gemaakt tegen allerlei kwalen. Later werden ook sommige recepten die de dokter voorschreef zelf in de kloosterapotheek gemaakt.

Vanaf het midden van de twintigste eeuw werd de kloosterhuishouding, die tot dan toe veelal met de hand werd gedaan, aangepast en gemechaniseerd. Door een tekort aan zusters konden ook de moestuinen en de tuinen met heilzame kruiden niet meer aangehouden worden. Bovendien was de wetenschap met betrekking tot geneesmiddelen in een vlucht geraakt en de farmaceutische industrie raakte in hoge mate geprofessionaliseerd. Hiermee kwam een einde aan het gebruik van de eigen kloosterapotheek en verhuisde de collectie apothekersbenodigdheden naar een vitrine in de oudheidkamer.

Literatuur: Dr. D.A. Wittop Koning, De oude apotheek, Bussum 1966.

terug