Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Religieus erfgoed
Object van de Maand  |  juli 2008

Kattenmummies: bouwoffer of niet?

Het besluit op 8 april van B & W van de gemeente Veere om voor 2500 Euro een kattenmummie aan te kopen, zorgde voor enige commotie, tot in België toe. Zoveel geld uitgeven voor een dooie kat, is dat wel verantwoord? In dit geval zeker wel, want het gaat om een interessant en zeldzaam historisch object dat deel uitmaakt van het roerend kerkelijk erfgoed.

De mummie prijkte dit voorjaar in de etalage van een Utrechtse antiquair, zorgvuldig neergelegd op rood fluweel en vergezeld van een uitgebreide informatieve tekst. De kat is afkomstig uit de Grote Kerk van Veere, waar hij (of zij; dit valt nog te onderzoeken) bij restauratiewerkzaamheden omstreeks 1958 te voorschijn was gekomen, ingemetseld. Niet meer te achterhalen is waar precies in de kerk. Hij werd vervolgens aan de burgemeester aangeboden. Men wist zich eigenlijk geen raad met een dergelijk reliek uit de bijgelovige middeleeuwen, want men ging ervan uit dat de kat ingemetseld moest zijn rond 1500, toen het grootste deel van de kerk tot stand kwam. Via via is de kat een jaar of tien geleden is bezit gekomen van de Utrechtse antiquair, die hem het weekend daarop, op een antiekbeurs in Londen, direct kon verkopen aan een Engelse kunstenaar. Deze was er na verloop van tijd op uitgekeken en bezorgde de kat terug aan de handelaar die hem opnieuw in de verkoop deed. De hoge curiositeitswaarde zorgde voor de nodige publiciteit, vooral in de Zeeuwse pers, wat leidde tot een aantal meest negatieve reacties, waarin de ouderdom in twijfel werd getrokken en het bijgelovige aspect het moest ontgelden. Gelukkig erkende de gemeenteraad de culturele waarde en is tot aankoop overgegaan.

De kernvraag is: bouwoffer of niet? Is de kat met opzet ingemetseld, dood of levend, of ongemerkt ingeslopen en vervolgens door honger aan zijn einde gekomen? In het eerste geval spreken we van een bouwoffer. Door middel van een offer, dat kan variëren van een paar muntjes, een bezem tot een dieren- en zelfs mensenoffer, probeerde men de god(en) gunstig te stemmen, of de duivel hetzij kwade geesten te bezweren, of letterlijk door inmetseling buiten de kerk te houden.
Bouwoffers vormen een praktijk van alle volken en tijden, tot op de dag van vandaag. Wie herinnert zich niet de ophef een paar maanden geleden toen bij de bouw van een nieuw stadion voor de New York Yankees een clubshirt van de aartsrivaal in het beton bleek te zijn gestort. Het shirt was door een ‘verrader’ onder het cement verborgen en als vloek bedoeld. Het kostte de club vijf uur drilboren om dit shirt eruit te hakken.
De ingemetselde koker met herinneringen voor latere generaties is te beschouwen als een restant van deze praktijk.

Bouwoffers zijn dus niet typisch iets voor de katholieke, bijgelovige middeleeuwen. Er zijn legio voorbeelden van dried cats in het protestantse Engeland en de meeste daarvan werden aangetroffen niet in kerken maar in woonhuizen en boerderijen; een aantal betrof ontegenzeggelijk bewust begraven katten. In Nederland bleek na enig zoeken niet meer dan een vijftal voorbeelden te achterhalen van ingemetselde kattenmummies.
In de Grote Kerk van Breda is in de kooromgang een vitrine opgesteld, met daarin zo’n kat en op een kaartje de informatie: ‘Bij de restauratie van de hoogste kappen (1904-1908) vond men in een van de traptorentjes de mummie van een kat. Het dier moet leven zijn ingemetseld in een uitgespaarde ruimte’.
De ‘versteende kat’, die bij de restauratie in 1915 van de St. Martinuskerk in het Gelderse Wehl ‘onder een der kleine altaren’ werd aangetroffen, wordt in 1922 vermeld ‘in ’t bezit van ZEw. Hr. Pastoor’, maar is thans alleen nog maar van een oude krantenfoto bekend. Verstening wijst op proces van eeuwen, dus is het goed mogelijk dat de kat uit de middeleeuwse periode van de kerk stamt.
Er is ook een exemplaar bekend uit de ‘Bezuidenhoutse kerk’ in Den Haag, maar nadere gegevens over de vondstomstandigheden ontbreken. Vermoedelijk betreft het de bij het bombardement van maart 1945 verwoeste R.K. kerk van Onze Lieve Vrouw van Goede Raad, die in 1897 gebouwd was. In ieder geval moet het om een 20ste of einde 19de eeuws gebouw gaan.
Geen kerk in letterlijke zin is de voormalige Vrijmetselaarsloge St. Lodewijk in Nijmegen, een gebouw van rond 1900. Bij een recente restauratie werd een gemummificeerde kat in de kruipruimte van het pand ontdekt. In dit geval lijkt het niet aannemelijk dat de kat levend is begraven.

De Veerse Kat zal na de zomer permanent geëxposeerd worden in de kerk van Veere. Tot en met 14 september is hij een van de trekpleisters op de tentoonstelling Terug naar Zeeland / Topstukken uit de 16e en 17e eeuw in het Zeeuws Museum te Middelburg. Tegelijkertijd is hij op fotopaneel aanwezig op de tentoonstelling Hoog in de hemel – laag onder de grond (over archeologische en bouwhistorische vondsten uit Zeeland met het thema religieus erfgoed), die tot en met 23 augustus in de Grote Kerk van Goes wordt gehouden.

De cultuurhistorische waarde van de Veerse kat staat buiten kijf, maar we blijven wel met een aantal vragen zitten, die door nader onderzoek zeker voor een deel opgelost kunnen worden. Moderne technologische onderzoeksmethoden als de koolstofmethode zullen ons ongetwijfeld méér kunnen zeggen over de datering: uit de periode van de bouw rond 1500 of van de herbouw na de grote brand in 1686 die de kerk grotendeels in de as legde? Onderzoek van de minieme textielresten die werden aangetroffen, kan misschien aantonen of de kat eerst in een zak gestopt is vooraleer hij werd ingemetseld: een bewijs dat het om een bouwoffer gaat.

terug