Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland
Opaline
Op rommelmarkten en devotionaliabeurzen kom je ze nog wel tegen: opalines. Modern in de jaren ’50, nu een bijna vergeten techniek. Kort gezegd is opaline ondoorzichtig gebrandschilderd glas zonder lood, een mozaïek van beschilderde glasscherven. Zie ook het Objecten ABC elders op deze site.
Hoe populair deze techniek wel niet was blijkt uit een verkoopcatalogus van de firma Van Paridon – in die tijd een begrip op het gebied van religieuze huiskunst. Een speciale sectie is gewijd aan opalines en op de omslag prijkt een geschilderd opaline-kruis in die typische, toen moderne, thans gedateerde jaren ’50-stijl. Hoeveel exemplaren hiervan zijn aangemaakt is niet bekend, maar het zullen er niet weinig zijn, want dit soort opalines was in principe een serieproduct. In de catalogus, die tweetalig is met het oog op de Amerikaanse markt, kan men kiezen uit verschillende formaten en uitvoeringen.
Alhoewel de term opaline ook al in de 19de eeuw werd gebezigd voor ondoorzichtig lampenglas en vazen, is de bovenbeschreven techniek een Nederlandse vinding van de bekende glazenier Joep Nicolas (1897-1972), die daarop patent had. Hij was op zoek naar een alternatief voor mozaïek, dat maar beperkte vrijheid toelaat en zeer arbeidsintensief is, en vond het in de toepassing van glas als wandbekleding. Volgens Nicolas voldeed vermurail of muurglas, zoals de techniek ook wel wordt genoemd, aan de eisen van monumentaliteit en duurzaamheid.
De eerste grote wandvullende opalineschilderingen ontstonden in de jaren ’30. In het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van 1935 te Brussel was er een te zien. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog vertrok Nicolas naar de Verenigde Staten om pas in de jaren ’50 definitief terug te keren naar Nederland. Hoe hij het met zijn patent had geregeld is nog onuitgezocht, maar al vóór zijn vertrek werd het procédé toegepast door andere Nederlandse kunstenaars. In de vooroorlogse periode is opaline voornamelijk gebruikt voor monumentale toepassingen, vast tegen de wand of als bekleding van altaar of preekstoel, zoals de preekstoel in de Gerardus Majellakerk te Heerlen. Na de oorlog lijkt de commercie zich door de afwezigheid van Nicolas meester van het medium te hebben gemaakt. In ieder geval valt het aantal grootschalige en prestigieuze projecten uit deze periode in het niet bij de stroom van betaalbare opaline-paneeltjes van meestal anonieme kunstenaars, die de katholieke huiskamers en parochiezaaltjes overspoelde.
Een absoluut hoogtepunt in de opaline-schilderkunst vormt de apsiswand van de Amsterdamse Agneskerk aan de Amstelveenseweg. Deze kwam vlak voor het vertrek van Nicolas naar Amerika tot stand en werd in de eerste oorlogsjaren door zijn opvolger in het Roermondse glazeniersbedrijf Max Weiss voltooid. De wand is over de gehele hoogte en breedte van de kerk beschilderd met liturgische symbolen en heiligenfiguren. Boven in de nis zien we de vier evangelisten, onderaan vier heiligen die bekend staan om hun bijzondere verering voor de eucharistie (Norbertus, Clara, Juliana en Paschalis), en aan de zijkanten de patroonheilige van Nederland (Willibrordus) en die van Amsterdam (Nicolaas). De schilderingen zijn in goud, paars, groen en grijs tegen een melkwitte achtergrond, hetgeen de glaswand een schitterend effect geeft.