Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland
Vlinders en vogelorgeltjes
In de tweede helft van de achttiende eeuw bestond er onder invloed van de Verlichting in Noordwest-Europa de behoefte om de menselijke kennis in de meest brede zin te ordenen, samen te vatten en onder het volk te brengen. Dit resulteerde in beroemde encyclopedieën in de volkstaal zoals die van Diderot en D’Alembert.
Dezelfde gedachte lag ten grondslag aan allerlei tractaten, waarin wetenschappelijke thema’s alomvattend werden behandeld, ‘standaardwerken’ zouden we nu zeggen. Ook de kloosters, van oudsher de kenniscentra bij uitstek, bleven niet achter met hun bijdrage, die dikwijls samenhing met de persoonlijke liefhebberijen van afzonderlijke kloosterlingen.
Een bijzonder veelzijdig duo waren de gebroeders Engramelle, beide Augustijn te Parijs. Zij bewogen zich op terreinen, die wel erg ver af liggen van de huidige high-tech-maatschappij (of juist niet?). Jacques Louis Florentin Engramelle (1734-1814) was expert in de vlinderkunde. Hij werkte mee aan een achtdelig encyclopedisch werk over vlinders met de titel ‘Papillons d’Europe, peints d’après nature par M. Ernst, gravés et coloriés sous sa direction, décrits par le R.P.Engramelle’ (foto 2 en 3). De verschillende delen verschenen in de periode 1779-1792, dwars door de Franse Revolutie heen dus. Het boekwerk bevatte 350 kleurenplaten, waarop 3000 vlindersoorten waren getekend, hoofdzakelijk door Jean-Jacques Ernst, maar ook enkele door Engramelle zelf (foto 4). Moderne entomologen kunnen nog steeds niet om het werk van Engramelle en Ernst heen.
De oudere broer heette Marie Dominique Joseph Engramelle (1727-1805). Hij was natuurkundige en musicus en legde de basis voor de mechanische muziekregistratie. In 1776 publiceerde hij het standaardwerk ‘La Tonotechnie ou l’Art de noter les cylindres, et tout ce qui est susceptible de notage dans les instruments de concerts mécaniques’. Hij bouwde onder andere ‘Serinettes’, kleine orgeltjes werkend op een cilinder, waarmee aan kanaries het fluiten werd geleerd (foto 5).
Wat de twee broers in ieder geval gemeen hadden was hun vaardigheid in de tekenkunst. Marie Dominique Joseph Engramelle voorzag zijn boek zelf van illustraties. In zekere zin zijn beide broers tegelijk vereeuwigd in het bijzonder fraaie pastelportret uit 1782, dat deze zomer werd aangetroffen bij de inventarisatie van het Augustijnenklooster te Eindhoven (foto 1). De geportretteerde is Jacques Louis Florentin Engramelle, terwijl de portrettist zijn broer Marie Dominique Joseph was.
Dit blijkt uit het contemporaine opschrift in inkt op het spieraam aan de achterzijde (foto 6). De snelle vaste hand, waarmee het portret is getekend, verraadt zijn talent.
Het is steeds weer de vraag hoe een dergelijk object nu zo ver van zijn oorspronkelijke omgeving terecht heeft kunnen komen. Het Augustijnenklooster in Eindhoven heeft zich na de Tweede Wereldoorlog ingespannen om een wetenschappelijk centrum op te richten, dat zich onder meer toe ging leggen op bestudering en verbreiding van het gedachtengoed en de spiritualiteit van Augustinus. Centraal daarin was de vorming van een wetenschappelijke bibliotheek. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de collectie uitgebreid met de kloosterbibliotheken van Nijmegen, Culemborg, Witmarsum en Parijs. Naar verwachting is het portret van Engramelle samen met bibliotheek van het Parijse Augustijnenklooster in Eindhoven beland.