Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland
De oliedoos van de aartspriester
Van meet af aan maken de Rooms-Katholieke en Oud-Katholieke kerken gebruik van heilige oliën bij het verrichten van wijdingen en het toedienen van sacramenten. Er zijn drie soorten olie, alle bereid uit zuivere olijfolie:
- het Chrisma, hoofdzakelijk toegediend bij de doop en het vormsel.
- de olie der catechumenen of doopleerlingen, toegediend bij de doop.
- de olie der zieken, toegediend bij het sacrament der zieken.
De in wezen strikte hiërarchie binnen beide kerkgenootschappen krijgt met name gestalte bij de verdeling van deze olie. Alleen de bisschop is geautoriseerd deze oliën te wijden. Dat doet hij ieder jaar op Witte Donderdag in een uitgebreide plechtigheid. De drie oliën bevinden zich in drie grote bussen, die in elke bisschopskerk aanwezig zijn (fotonr. 3). Door de bisschop wordt de olie na de wijding onder de verschillende dekens uitgedeeld, die vervolgens hun pastoors voorzien. De olie belandt uiteindelijk in kleine met watten gevulde zilveren doosjes (voor elke olie één), die soms aan elkaar vastzitten en een stelletje vormen. De doosjes worden in de parochiekerken bewaard (fotonr. 4).
Bij de inventarisatie van de R.K. parochiekerk van de H. Michaël te Zwolle werd begin dit jaar een vrij onaanzienlijke rechthoekige koperen doos aangetroffen, die gemakkelijk voor een simpel koekblik of sigarendoos gehouden kon worden (fotonr. 1). De doos was nog niet eerder opgemerkt. Bij opening bleek de binnenzijde vertind en verdeeld in drie vakken (fotonr. 2). Ook zijn inscripties in zeventiende-eeuwse kapitalen zichtbaar, die onmiskenbaar de oorspronkelijke functie aangeven: een doos voor de heilige oliën. De vorm is ongebruikelijk, maar kan worden verklaard. Het is de oliedoos van één van de aartspriesters van Salland, die in de zeventiende eeuw in Zwolle resideerden.
In de zeventiende en achttiende eeuw was het overwegend protestantse Noord-Nederland door Rome tot missiegebied verklaard. Er waren geen bischoppen meer en de leiding over de katholieken was in handen van een apostolisch vicaris, die werd bijgestaan door een aantal provicarissen en aartspriesters, die weer leiding gaven aan de priesters ‘in het veld’. Uiteraard bleef alles hiërarchisch gestructureerd. De apostolisch vicaris was door Rome gemachtigd de heilige oliën te wijden. Het was de taak of liever gezegd het recht van de aartspriesters om voor de verdere verdeling zorg te dragen. De rechthoekige doos in Zwolle was bedoeld voor de aartspriester om van daaruit de olie aan zijn priesters uit te delen, een soort tussenstation dus. De doos had bovendien een handig formaat voor op reis.
Soortgelijke dozen lijken met name in het oosten van het land te zijn overgeleverd. Zo is er nog een doos uit 1665 in dezelfde parochiekerk in Zwolle (fotonr. 5). Deze behoorde volgens een op de bodem aangebrachte inscriptie aan Arnold Waeyer, aartspriester van Salland van 1660 tot 1692 (fotonr. 6). De doos is uitgevoerd in tin en voorzien van een gegraveerde voorstelling van de H. Marcellinus, de ‘apostel van Overijssel’. Ook het originele spanen foedraal van deze doos is nog aanwezig (fotonr. 7). Een andere doos, nu van zilver, bleef bewaard in Deventer en werd in de zeventiende eeuw gebruikt door de aartspriester aldaar (fotonr. 8). Op het deksel is heel toepasselijk de H. Lebuinus, patroon van Deventer, afgebeeld.
De koperen doos in Zwolle is mogelijk het bezit geweest van Volkert Herckinge (1586-1662), in de zeventiende eeuw pastoor van Zwolle, aartspriester van Salland en bovendien provicaris van Deventer, Groningen en Leeuwarden (fotonr. 9). Ook Bernardus van Someren, die slechts twee jaar aartspriester van Salland was (van 1677 tot 1679) zou in aanmerking kunnen komen. Het is hoe dan ook een belangrijk historisch object voor de stad Zwolle.