Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland Religieus erfgoed
Object van de Maand  |  april 2005

Banken in Kampen

Weinig meubels in de kerk, die zo vanzelfsprekend zijn en zo weinig tot de verbeelding spreken als kerkbanken. Wij zijn gewend aan een kerk vol banken. Een zitplaats tijdens de dienst lijkt een verworven recht. Dat is zeker niet altijd zo geweest. In de middeleeuwen en ook nog lang daarna was de centrale ruimte in de kerken buiten de diensten leeg. Als men wilde zitten, nam men zelf een stoeltje mee of werd gebruik gemaakt van stoelen, die door de koster kort voor de viering waren klaargezet en erna weer werden opgeruimd.

In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw verschijnen steeds meer vaste banken in het kerkinterieur, te beginnen met de voorname herengestoeltes, die door gerenommeerde schrijnwerkers in elkaar waren gezet. Pas goed en wel in de negentiende eeuw wordt het gewoonte dat het grootste deel van de kerkruimte met vaste banken wordt gevuld. In de protestantse kerken zijn veel van deze historisch gegroeide bankenplannen de afgelopen vijftig jaar aangepast of zelfs geheel verdwenen. Men ervoer ze als een sta-in-de-weg bij de verschillende liturgische handelingen.

Een bankenplan, dat nog geheel intact is, bevindt zich in de kleine Doopsgezinde Kerk te Kampen. Bij het onderzoek dat de SKKN onlangs uitvoerde voor de samenstelling van het inventarisrapport van deze kerk, kon de ontwerper van de meubilering worden gedetermineerd. Het bleek te gaan om Nicolaas Plomp, stadsbouwmeester van Kampen in het tweede kwart van de negentiende eeuw. Van hem was al bekend dat hij de Doopsgezinde Kerk, een voormalige middeleeuwse kloosterkapel, in 1847 ingrijpend had verbouwd in neoclassicistische trant. Dat hij ook verantwoordelijk was voor het grootste deel van de inrichting, werd duidelijk na vergelijking met het meubilair van zijn hand in de Hervormde Broederkerk en in de Lutherse Kerk ter plaatse (vergelijk bijvoorbeeld de kerk- en kerkeraadsbanken in de Doopsgezinde Kerk en die in de Lutherse Kerk).

Als het om kerkmeubilair ging, had Plomp een voorliefde voor gebogen lijnen en hij was daarmee een exponent van zijn tijd. In de loop van de negentiende eeuw kreeg men namelijk in de protestantse kerken waardering voor opstellingen van banken in de vorm van complete ovale en ronde amfitheaters rond de kansel. Iets dergelijks was natuurlijk niet te realiseren en ook onnodig in zo'n kleine ruimte als de Kampense Doopsgezinde Kerk. Plomp volstond hier met een uiterst subtiele buiging van de banken naar de kansel toe en een even geraffineerde ondulering van de zijden van de bankenblokken. Alles getuigt van ingetogen vakmanschap. De Kampense Doopsgezinden nemen kortom bij elke kerkdienst plaats in waardevol cultuurhistorisch erfgoed.

terug